Etappe 1: van Dijon naar Pouilly-en-Auxois (60 km)

Van Dijon naar Pouilly-en-Auxois langs het Canal de Bourgogne

De dag voordien zijn we met de auto naar Dijon gereden. We overnachten in hotel La Chambellan in het centrum van Dijon. De vriendelijke dame aan de receptie helpt ons om een ondergrondse, bewaakte parking te regelen waar we onze wagen een week kunnen achterlaten voor nog geen 20 euro.

De huurfietsen (VTC) hebben we op voorhand gereserveerd bij het Office de Tourisme van Dijon (www.visitdijon.com). De kostprijs bedraagt 85 euro per fiets per week en hoewel ze niet heel proper zijn en al duidelijke sporen van gebruik vertoonden, rijden ze goed en zullen we geen enkel mechanisch probleem hebben.

Vanuit het centrum van Dijon gaan we op zoek naar het begin van de route. Uit het boek van Michel Bonduelle weten we dat we richting Lac Kir moeten rijden. Dit kunstmatige meer net buiten Dijon werd in 1964 aangelegd op initiatief van burgemeester Félix Kir, de kanunnik die ook zijn naam gaf aan het plaatstelijke drankje. Voor de inwoners van Dijon is dit een recreatiegebied waar men kan zonnen, zwemmen, lopen, fietsen, kajakken, minigolfen, tennissen en zoveel meer.

Via een drukke verkeersaders slagen we erin om het Lac Kir te bereiken, en al snel vinden we het eerste groene bordje van de 'Voie verte' dat aangeeft dat we op de route zitten. Via een rustig wegeltje bereiken we het eerste dorpje Plombières-lès-Dijon, maar daar zijn we het spoor even bijster. Geen bordjes meer te zien, dus besluiten we maar, met de kaart in de hand, via een iets drukkere D-weg naar Velars-sur-Ouche te rijden, het volgende dorpje enkele kilometers verder. Hier vinden we inderdaad snel het Canal de Bourgogne en ook de wegwijsbordjes zijn weer van de partij. Nu ja, wegwijs... Vanaf hier is verkeerd rijden echt geen optie meer: het komt er gewoon op aan om op het jaagpag langs het kanaal te blijven; de bordjes zijn hier vooral van nut om het aantal kilometers tot het volgende punt te weten.

Vanuit Velars gaat het verder zuidwestwaarts tot Pont-d'Ouche, een 40-tal kilometer verder. Dit stuk is meteen ook het enige van de hele route dat geasfalteerd is; daarna volgt een grindpad in behoorlijk goede staat. Het jaagpad ligt tussen het kanaal aan de linkerkant en een bomenrij aan de rechterkant, die helaas aan de verkeerde kant ligt om ons wat schaduw te geven van de al warme voormiddagzon. Het kanaal volgt tot in Pont-d'Ouche de meanders van de rivier de Ouche, die aan onze rechterkant ligt en er dus voor zorgt dat we op een brede middenberm tussen twee waterwegen fietsen.

Ook de autosnelweg zal ons nog even gezelschap houden, maar vanop een ruime afstand zodat het nooit storend is.

Het Canal de Bourgogne telt vanaf Dijon tot eindpunt Migennes 119 sluizen. Aan elke sluis staat er een sluishuisje met daarop de naam van de sluis, en meestal ook het aantal kilometers naar het volgende dorp in beide richtingen. De sluishuisjes zijn allemaal identiek, sommige zijn wat onderkomen maar vele zijn goed onderhouden op een originele en charmante manier aangekleed.

De sluizen zorgen voor hoogteverschil in het water, en bijgevolg ook op het jaagpad. Dit zijn de enige niveauverschillen op de verder volledig vlakke kanaalroute (op hier en daar een kleine bult na, daar waar er een brug over het kanaal ligt). Wij hebben onze rijrichting zorgvuldig gekozen: vandaag gaat het weliswaar bij elke sluis bergop, maar de volgende 4 etappes (dus vanaf Pouilly-en-Auxois) daalt het alleen nog maar. Geoefende fietsers met klimmersbenen zullen deze route daardoor misschien te weinig uitdagend vinden, maar voor beginnende tot gemiddelde fietstoeristen is het perfect. Bovendien zorgt de ondergrond er ook al voor dat je iets harder moet trappen dan op een asfaltweg.

Vanaf Pont-d'Ouche maakt de route een knik naar het noordwesten. Kort voor ons eindpunt van vandaag zien we het middeleeuwse kasteelfort van Châteaneuf-en-Auxois als een ansichtkaart uit het landschap opdoemen. Hier kan je de route verlaten voor een escapade naar dit slot en het bijhorende gezellige dorpje ('een van de mooiste van Frankrijk' en ooit een halte op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella), maar je moet een wel een 4-tal kilometers (heen en terug) en een behoorlijke klim voor over hebben.

Maar hou zeker nog wat kracht over voor de laatste kilometers van de etappe: Pouilly-en-Auxois is hoger gelegen, en op het einde wordt het toch nog even stevig klimmen. Het kanaal verdwijnt nu uit het zicht: het loopt onder Pouilly door dankzij een tunnelsysteem. Op die manier heeft men destijds het aantal benodigde sluizen op dit gedeelte drastisch kunnen beperken. Wij, fietsers, moeten het hoogteverschil wél overwinnen. Vlak voor het binnenrijden van Pouilly komen we op een departementale weg en daar geraken we, in de ultieme hectometers, het spoor van de wegwijzers weer kwijt.

Geen nood, we zien Pouilly liggen en kunnen met behulp van de vooraf afgedrukte dorpsplattegrond meteen op zoek naar onze slaapplaats. Hotel de la Poste is een van de weinige hotels in Pouilly, een uit de kluiten gewassen dorp met weinig of geen toeristische uitstraling. Aangezien er ook niet zo heel veel restaurants zijn, eten we een lekker menu in het bijhorende restaurant. De hotelkamer is in orde maar ook niet meer dan dat; enkel wat last van lawaai 's nachts. Het ontbijt was eenvoudig maar ok.

Volgende: Etappe 2 - van Pouilly-en-Auxois naar Semur-en-Auxois »