Home > Fietsen langs het Canal de Bourgogne > Fietsroute langs het Canal de Bourgogne, dag 4: van Montbard naar Tonnerre
Etappe 4: van Montbard naar Tonnerre
- Inleiding: fietsen langs het Canal de Bourgogne
- Etappe 1: van Dijon naar Pouilly-en-Auxois (60 km)
- Etappe 2: van Pouilly-en-Auxois naar Semur-en-Auxois (42 km)
- Etappe 3: van Semur-en-Auxois naar Montbard (32 km)
- Etappe 4: van Montbard naar Tonnerre (58 km)
- Etappe 5: van Tonnerre naar Auxerre (60 km)
Van Montbard naar Tonnerre langs het Canal de Bourgogne
De voorlaatste rit al, wat gaat het snel! Montbard had toeristisch niet zoveel te bieden, maar het weinige dat er is, is gelinkt aan Buffon. Deze geleerde werd geboren Montbard, maar zijn pronkstuk zullen we pas vandaag tegenkomen, een 6-tal kilometer buiten het stadje.
George Louis Leclerc, graag van Buffon, was een universele wetenschapper uit de 18de eeuw en auteur van het baanbrekende Histoire Naturelle. In het dorpje Buffon, even buiten Montbard en pal op de kanaalroute, bouwde hij een smederij naast een aftakking van de Armançon: de Grande Forge de Buffon. Deze was enerzijds bedoeld voor wetenschappelijke experimenten in opdracht van de koning, maar had ook een industriële functie. Een groot deel van het complex is te bezichtigen (open vanaf 10u) en geeft een goed idee van de ijzerindustrie in de 18de eeuw. In verschillende ruimtes (smidse, raffinaderij, verwerkingshal en wasplaats) geven een beeld van het hele proces. Zeker waard om een (half) uurtje voor uit te trekken.
Na deze vroege pauze bestijgen we terug de fietsen en zetten koers richting Ancy-le-Franc. Al snel na Buffon krijgen we een laatste kanaalwegwijzer naar Tonnerre te zien met daaronder 'Fin de la route provisoire'. Hoezo, einde van de route? We hadden gelezen dat sommige delen nog in aanbouw waren, maar uit die informatie bleek niet dat dit gedeelte niet meer tot de route zou behoren.
Maar inderdaad: vanaf hier maakt het dolomietpad plaats voor een graspad met twee uitgesleten fietsstrookjes. Het rijdt moeilijker, maar het went. Vanaf hier is de weg af en toe zelfs in zeer slechte staat, met putten en uitstekende stenen. Soms dan weer wat beter, maar zo vloeiend als de eerste 3 etappes wordt het niet meer. Het maakt wel dat we aandachtiger naar de weg voor ons moeten kijken en dus minder oog kunnen hebben voor het kanaal, de sluishuisjes en de landschappen.
In Ancy-le-Franc, ongeveer halverwege de dagtocht, kan je even bekomen van het gedokker bij het plaatselijke Reniassancekasteel. Het valt op door zijn geometrsiche vormen en zijn groot park. Ook de rijkdom binnenin is de moeite waard. Voor de liefhebbers is er later op de dag, in Tanlay (even voor Tonnerre), nog een ander kasteel uit deze periode, omgeven door een vijver, een park en vergezeld van een kleiner kasteel in Louis XIII-stijl.
We vervolgen onze tocht vanaf Ancy-le-Franc, en merken dat we minder verwend worden door het decor dan de voorbije dagen. Hier een vervallen bouwsel met onduidelijke bestemming, daar een hoog en grijs betonnen fabrieksgebouw vlak naast ons pad. Het geeft een iets somberder gevoel dan toen we nog alleen waren met het water, de boten, de natuur, en hier en daar een brug, een sluis of een dorpje. Niet getreurd, na 10 of 15 kilometer lijkt het terug de goede richting uit te gaan en hier en daar wordt zelfs het jaagpad weer wat egaler.
Na toch wel de minst fotogenieke rit van deze reis komen we aan bij B&B Caroline's in Tonnerre, in de meest fotogenieke overnachtingsplaats van de reis. Gastvrouw Caroline heeft een oud huisje met schuurtje enkele jaren geleden omgetoverd tot een moderne maar erg charmante chambre d'hôtes. Aan de achtertuin is duidelijk nog wat werk, maar onze kamer is tip-top in orde. We slapen in La Grange, het schuurtje dat naast het woonhuis ligt en waar de bedden naast de stenen voederbakken staan, die stijlvol verwerkt zijn in de herbestemde ruimte. De badkamer met regendouche is ruim. Hoewel we maar met twee zijn staan er vier bedden: een tweepersoonsbed en twee enkele bedden. Caroline weet uit ervaring dat Zuid-Europeanen liever samen in 1 groot bed liggen, terwijl noorderlingen een betere nachtrust prefereren en apart slapen. Omdat de kamer groot genoeg is, laat ze de keuze aan de gasten.
Tonnerre heeft twee belangrijke trekpleisters: de Fosse Dionne en het Hotel Dieu. Bij de Fosse Dione komt water aan de oppervlakte uit een ondergrondse bron, waarvan men de exacte locatie ondanks verschillende pogingen nog niet heeft kunnen achterhalen. Het Hotel Dieu is een oud hospitaal, gebouwd door Margeretha van Bourgondië op het einde van de 13de eeuw, waarvan vooral de immense slaapzaal opvalt, met een dakgebinte in de vorm van een omgekeerd schip. Er is ook een klein museum aan verbonden gewijd aan de ziekenverzorging van de afgelopen 700 jaar.
Het ontbijt wordt de volgende morgen opgediend in het woonhuis ernaast. Aankloppen is verboden, gewoon binnenwandelen is de boodschap ("thuis klop je toch ook niet als je een kamer binnengaat?"). Het ontbijt bestaat uit een croissant en sneetjes brood (en dus geen baguette!), zelfgemaakte confituur en - onontkoombaar - een babbel met de gastvrouw. Waar we al geweest zijn, waar we nog naar toe gaan (Auxerre: "une ville mignonne") en hoe ze verliefd is geworden op Tonnerre en dit huisje.
« Vorige: Etappe 3 - van Semur-en-Auxois naar Montbard
Volgende: Etappe 5 - van Tonnerre naar Auxerre »

